Vrijheid?

Vanaf 1579 werden mensen in de Nederlanden niet meer gedood vanwege hun godsdienst. Maar dopers werden toch beperkt in hun godsdienstoefeningen. De gereformeerden, die de inzichten van Johannes Calvijn over Jezus Christus en de kerk volgden in hun geloof, kregen steeds meer de overhand. Zij kregen het voor elkaar andere groeperingen in het christelijke geloof zich te laten terugtrekken in schuilkerken en ‘stillen in het land’ te worden.

De dopers probeerden op allerlei manier voor zichzelf ruimte te maken in de samenleving, bijvoorbeeld door belijdenissen voor te leggen aan de overheid om aan te tonen dat zij echte christenen waren in hun leer en visie op het geloof. Voor hun levensonderhoud kwamen zij veelal terecht in de handel en de nijverheid zoals te merken was in de Zaanstreek en in Twente. Veel doopsgezinden koesterden in de 18e eeuw sympathie voor de gedachten die de basis vormden van de grondwet van de Verenigde Staten en de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Dopers waren ervan overtuigd dat kerk en staat gescheiden moeten zijn. De overheid heeft niets te zoeken in de gemeenten en moet zich zeker niet bemoeien met de inhoud van het geloof dat gepredikt wordt. De overheid moet er alleen voor zorgen dat de mensen die kwaad bedrijven, in toom worden gehouden, en de mensen die goed doen, bemoedigd worden. Deze instelling werd versterkt door de beperkingen die hen werden opgelegd door de overheid. Toen doopsgezinden in 1795 burgerrechten kregen, kwam er geleidelijk aan een andere houding. In de huidige tijd is de scheiding van kerk en staat een algemeen aanvaard principe, en doopsgezinden vinden dat zij als burgers ook in de politiek actief mogen zijn.

  Meer informatie   Facebook   Twitter
 
  contact maandblad sitemap
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2017 Doopsgezind.nl